nummer van 27/01/2012 door Arja van den Bergh

‘Only in America’ van The Drifters

Het mooiste onuitgebrachte protestlied

Atlantic Records was niets minder dan een pionier in het Amerikaanse muzieklandschap van de jaren vijftig. Er was geen ander label dat raciale integratie zo succesvol en sympathiek wist te bewerkstelligen in fiftiesmuziek. De drie creatieve bestuurders – Ahmet Ertegun, Herb Abramson en Jerry Wexler – waren ofwel Turks of Joods, terwijl de meeste artiesten, zoals Ray CharlesThe Coasters en The Drifters, zwart waren.[1] De toenemende raciale spanningen begin jaren zestig dwongen de bazen van Atlantic echter tot ingrijpende keuzes. Zo’n ingrijpende keuze trof ‘Only in America’, waardoor helaas niet de originele versie van The Drifters maar die van Jay and the Americans wereldberoemd werd.

The Drifters in actie

Terug naar het begin

Producenten- en schrijversduo Jerry Leiber en Mike Stoller maakte in de jaren vijftig naam als liedjesschrijvers van hits als ‘Hound Dog’ en ‘Jailhouse Rock’. In 1953 kregen zij bij Atlantic de mogelijkheid om als onafhankelijke producers aan de slag te gaan; alleen al voor The Coasters schreven ze 24 nummers. Ook The Drifters plukten de vruchten van hun creatieve vrijheid en brachten hits als ‘Ruby Baby’, ‘There goes my baby’ en ‘Fools Fall in Love’ uit. Maar er waren meer schrijversduo’s in de omgeving, Barry Mann en Cynthia Weil bijvoorbeeld, die het welbekende ‘On Broadway’ schreven voor all-black vocal group The Drifters.

Protest

Cynthia Weil had nog nooit een protestlied geschreven, maar ze kwam nu wel erg dicht in de buurt met haar nieuwe popliedje. Het was 1963, de Civil Rights Act zou pas een jaar later als wet worden aangenomen, en Afro-Amerikanen, vooral die in the South, werden systematisch gediscrimineerd. En niet zo’n beetje ook. Net als velen in de ontluikende folkscene bevonden Barry Mann en Cynthia Weil zich temidden van de sociale veranderingen en voelden ze de plicht erover te schrijven. Het nummer ‘Only in America’, oorspronkelijk gecomponeerd voor The Drifters, schreef Weil als scherp commentaar op wat het betekende om een zwarte man te zijn in de Verenigde Staten van de jaren zestig.

Volgens Songfacts bevatten de originele songtekst van Weil de volgende regels:

Only in America, land of opportunity,
Can they save a seat in the back of the bus just for me.

Only in America, where they preach the Golden Rule,
will they start to march when my kids go to school.

Cynthia Weil en Barry Mann

Jerry Leiber en Mike Stoller kregen het nummer te horen, maar beseften al gauw dat een cynische tekst als deze nooit zou worden goedgekeurd door de Jerry Wexlers van Atlantic. Het liedje met de catchy titel vermommen als patriottistische lofzang leek uiteindelijk de enige manier om het uit te kunnen brengen. Het viertal songwriters besloot daarop de tekst subtiel aan te passen, waarna The Drifters het opnamen. Leiber, Stoller, Mann en Weil hoopten in eerste instantie dat het liedje onschuldig genoeg leek om door de keuring heen te komen. Zo ja, dan kon de satire zijn werk gaan doen.

Zomer 1963

Helaas was het de songwriters en The Drifters niet gegund. Zomer 1963 was allesbehalve een normale zomer in de Amerikaanse geschiedenis. Zwarte burgerrechtenactivist Medgar Evers werd doodgeschoten, John F. Kennedy presenteerde de eerste richtlijnen van wat later de Civil Rights Act zou gaan heten, en Dr. Martin Luther King Jr. verklaarde aan de meer dan 200.000 Afr0-Amerikanen die hem waren gevolgd naar Washington dat hij een droom had over een betere wereld – waarop niemand minder dan gospellegende Mahalia Jackson op zijn verzoek ‘I’ve been buked and I’ve been scorned’ zong.

Het waren roerige tijden en het laatste wat Jerry Wexler wilde was een plaat uitbrengen waarop een zwarte man zong over Amerika als “the land of opportunity”, met regels als:

Only in America can a kid without a cent,
get a break and maybe grow up to be President 

Blanke jongeren zouden het plaatje nooit kopen, meende Wexler. Dj’s zouden de promo’s weigeren te draaien, wist hij. Wexler moest Leiber en Stoller dan ook teleurstellen: “If I release this, they’ll lynch us”. Ondertussen waren The Drifters ook niet gecharmeerd van het idee om de plaat met de aanpaste tekst uit te brengen; ze geloofden niet in diens patriottistische boodschap.

Leiber & Stoller

Verantwoord blank

Leiber en Stoller gaven echter niet op. Een prachtig liedje als ‘Only in America’, met een krachtige tekst en dito melodie, moést toch op de een of andere manier uitgebracht kunnen worden? Dat ze vooral het nummer zelf, de melodie en de compositie ervan, niet verloren wilden laten gaan, blijkt wel uit het voorstel dat ze Wexler deden: de stemmen van The Drifters konden best van de mastertape worden gestript en een blanke groep, een die ze al een tijdje in gedachten hadden, zou het geheel opnieuw in kunnen zingen.

En dat is precies wat er gebeurde.

Weg racisme, weg ironie, hallo patriottistisch verantwoord. Kenny Vance van Jay and the Americans hoorde ‘Only in America’ zoals deze door The Drifters was opgenomen en was er (natuurlijk) meteen stapelgek op. Het zou een perfect liedje zijn voor zijn band – ze waren immers Jay, en, je weet wel, the Americans. Het resultaat? Een meer uptempo versie die de hitlijsten bestormde.

Bovenstaande poging zal het wat mij betreft nooit, maar dan ook nooit op kunnen nemen tegen het zoetgevooisde origineel van The Drifters. Alleen al de urgente manier waarop de “yeah” achter “land of opportunity” in de laatstgenoemde versie wordt gezongen breekt simpelweg mijn hart. Niet alleen qua zang (en compositie), maar omdat het precies datgene omlijst wat men in 1963 niet wenste te horen: sarcasme. Ironie. De VS was ingrijpend aan het veranderen en zou de vinger op de zere plek van The Drifters niet aan kunnen horen. Dat wij dat nu bijvoorbeeld wel kunnen maakt de tekst anno 2012 niet minder schrijnend. Onder de laag ironie zit pijn, en die voel je. Jay and the Americans durfden overigens hun inferioriteit te erkennen; de originele onuitgebrachte versie van The Drifters is opgenomen in hun boxset. Kenny Vance: “It’s a killer version”. Damn right it is.

  1. [1] Laurence Cole, Deep Soul Ballads (2010) 72.

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 26/01/2012 door Johan Vogels

‘Breakerfall’ van Pearl Jam

Van het ene nummer naar het andere

‘Alive’ was al een hit toen Eddie Vedder op 8 juni 1992 tijdens een optreden op Pinkpop vanaf een camerakraan het publiek indook. Ik stond stokstil voor de tv en vroeg me af of ik zojuist een stukje rockgeschiedenis live had meegemaakt. Dat had ik. Jaren later verkozen 3FM-luisteraars (voor wat het waard is) dit moment tot hét Pinkpopmoment. Ook de grote Pinkpopbaas zelf, Jan Smeets, noemde de snoekduik van Vedder het ‘meest legendarische moment’ uit de geschiedenis van zijn festival.

Dat hitje vond (en vind) ik geen zak aan, maar de snoekduik maakte wel iets in me los. Ik surfte al mee op de punkgolven die Nirvana’s Nevermind in 1991 had veroorzaakt. Heel cool waren die grungebands niet vanuit het perspectief van een punker – te mainstream, te succesvol, te veel liefhebbers – maar het onstuimige van Vedders stagedive, de bravoure van die jonge rocker, ademde bezieling uit. Zonder dat ik het toen kon benoemen, was ik in die paar seconden dat zijn val duurde, geraakt door de authenticiteit die hij en zijn band uitstraalden. Een warm gevoel dat ik sinds toen ben blijven houden voor de band.

‘Breakerfall’

Acht jaar later is de glans een beetje af van Pearl Jam. De band blijft rond de millenniumwisseling tienduizenden toeschouwers trekken naar hun optredens, maar de albumverkoop is nog maar een fractie van die uit de begindagen. Toch brengt de band met regelmaat platen uit.

In 2000 ziet Binaural het daglicht, het zesde album van de band. De opener ‘Breakerfall’ is een up-tempo knaller waarbij de rest van de plaat een beetje in het niet valt. Het begin van ‘Breakerfall’ is stevig geïnspireerd door The Who’s ‘I can see for miles’. Luister maar eens hier.

Behalve The Who, hoorde ik Pearl Jam zelf ook terug in het nummer. Zodra de drummer inzet en Vedder begint te zingen, spelen de gitaristen een aanstekelijk loopje. De gitaristen proberen een duistere sfeer rondom de riff te creëren, waarvan ik vind dat het ze goed lukt door op een simpele manier andere akkoordjes over de tonen te spelen. Toen ik dat voor de eerste keer hoorde, moest ik gelijk denken aan de main riff van mijn favoriete Pearl- Jam-nummer; ‘Rearviewmirror’ van de plaat Vs. (1993). Het nummer wordt grotendeels gekenmerkt door eveneens een aanstekelijk loopje, maar die is iets speelser dan dat van ‘Breakerfall’.

Jankers

Een van de mooiste dingen aan ‘Rearviewmirror’ vind ik die jankende solootjes die de hele tijd door het nummer wandelen. Nog mooier vind ik dat die qua intensiteit meestijgen met de rest van de band en steeds jankeriger worden, daarmee de spanning van het nummer heel mooi opvoerend.

Het is al een tijd geleden dat ik die tonen voor de eerste keer hoorde, maar ik weet nog precies wat ik dacht toen het nummer voorbij was: die jankende toontjes, dat lijkt op een ander Pearl Jam-nummer. Omdat Vs. de tweede plaat was van Pearl Jam, waren er helemaal niet zoveel andere nummers waarin ik naar die toontjes hoefde te zoeken. Ik pakte de eerste plaat Ten (1991) met daarop het hitje ‘Alive’ uit de kast en zocht. Op het einde van het vijfde nummer was het raak, ‘Black’. Als Vedder zijn ex-geliefde heeft toegezongen dat hij hoopt dat ze een mooi leven voor de boeg heeft, maar dat het hem intens verdrietig maakt dat hij daar geen deel van uitmaakt, beginnen de jankende toontjes. Ze nemen het pianootje over dat op de achtergrond meedoet. Daarna komt het alom bekende ‘Ooeehoehoehoehoehoehooooeeeeee’, dat op zijn beurt weer de gitaartoontjes overneemt. Superdramatisch, schitterend.

Net als ‘Alive’ werd ‘Black’ een hitje. En ‘Jeremy’ kennen we ook nog allemaal van die allereerste plaat. Toen Vedder die duik maakte in Landgraaf, was het al duidelijk dat succes, populariteit en veel geld hun deel zouden worden. En daarmee ook de problemen die daarbij komen kijken. Maar daar dacht Vedder allemaal niet aan toen hij het publiek indook.

Tags: , , , , , , , , ,

nummer van 25/01/2012 door Gijs Wilbrink

‘Dr. So and So’ van Alec Ounsworth

De geuzenkreet van de minder gelukkigen

Een indiecorifee, een carnavalskoning en een jazzzanger betreden de studio. Het lijkt het begin van een slechte mop, maar het gebeurde anderhalf jaar geleden echt. En ze herdefinieerden het begrip crossover. Alec Ounsworth greep een benefietalbum voor orkaan Katrina aan om zijn krachten te bundelen met Al “Carnival Time” Johnson en John Boutté (reeds bejubeld). Een enigszins aparte combinatie, waarvan men nog maar moest afwachten wat de afloop zou worden. Hoezo apart, vraag je? Foto’s zeggen meer dan woorden.

Da's toch geen combinatie?

Precies. Dat is geen combinatie. Maar het werkte. ‘Dr. So and So’ is een waar feest aan stijlen, al dan niet inherent aan de regio waar het opgenomen werd. Het nummer begint met een typisch zuidelijk Amerikaans zydeco-coupletje, maar nog voordat je het af kunt zetten wekt het refrein je interesse. “Hey ho doctor so and so, I got lost on the Lord’s highway” klinkt het op 0:33, een tekst die zonder verdere uitleg tot de verbeelding spreekt, maar tegelijkertijd toch nieuwsgierig maakt naar de precieze toedracht. Hoe ben je God’s weg dan kwijtgeraakt? Religieus of niet, hier moet een smeuïg verhaal achter zitten waar iedere luisteraar wel oren naar heeft.

Zoals het echte vaklui betaamt, voelden de drie wijze geestesvaderen van het lied dit al aan, en besluiten zij het refrein dan ook met het vragende “Tell me how you got lost” (0:48). Het is precies hier dat je begint te vermoeden dat er meer achter dit nummer zit dan gewoon wat gezellig zydeco- en cajungepingel. De vraag naar het ongetwijfeld mistroostige lot van de verteller klinkt empathisch en spiritueel op een manier die we eigenlijk alleen van de gospel kennen. We hebben inmiddels al drie genres toegedicht aan het nummer, dat amper een minuut onderweg is. Telt u mee? Blijf dan bij de les, want de linkerspeaker van je geluidsinstallatie heeft direct een fijne, overstuurde rock ‘n’ roll-solo voor je in petto. Op naar het tweede couplet, gezongen door Johnson.

No friend of mine has been giving me the time
I am sorry for all that I say
I drink some wine and I fall asleep at nine
And tomorrow is yesterday

Niet bepaald een ideale dagbesteding, die hier met spaarzame woorden wordt geïllustreerd. Maar wel eentje die veel mensen kennen:

En dat alles zonder vrienden. Geen pretje. Je zou er bijna Gods pad van verlaten. Getuige het feit dat op 1:18 het tweede refrein zich alweer aandient, is dat ook precies wat onze vrolijke carnavalsvriend is overkomen. Meer dokters So and So, meer highways. Dit keer wordt het refrein echter niet opnieuw afgesloten met de vraag die ons het hele nummer al bezig houdt; in plaats daarvan is het tijd voor de grootste verrassing van dit lied. Alec Ounsworth hervindt de microfoon en zet een heuse latin-brug in. Latin? Toch echt, op 1:33. Hup, even de heupjes los, niets is ons op dit feest te gek. Waar de zanger van Clap your hands say yeah zich aan het begin van dit lied nog wat bescheiden opstelde, mag hij hier naar hartelust uit de bocht vliegen. Heerlijk.

Wen echter niet te snel aan de beelden van bezwete dansers en venijnige mojito’s, want John Boutté komt deze trein weer op zijn rails zetten. “Tell me something I don’t know” schreeuwt hij op 2:03 en we zijn weer terug. Hoewel… Hoe jazzy de man doorgaans ook uit de hoek komt, het derde couplet dat hij met zijn burly stem kleur geeft doet eerder denken aan de ruige folkpunkers van de Dropkick Murphys dan aan de rest van zijn oeuvre. Het geeft het nummer net de welverdiende schop onder ‘t achterste. Het feest is compleet; we zijn voldoende bekend geraakt met de coupletten en refreinen om nu volop mee te hossen met dit illustere trio. Of de weinig hoopvolle boodschap van ‘Dr. So and So’ nu wel of niet op je eigen leven van toepassing is, je kunt je maar met moeite bedwingen niet uit volle borst mee te zingen. “I got lost on the lord’s highway”, de geuzenkreet van de minder gelukkigen, in alle genres bezongen. En dat alles in drie minuten.

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 24/01/2012 door Martijn Koetsier

‘Hold On’ van Alabama Shakes

Soulvolle bluesrock vanuit je tenen

Normaal gesproken laat ik alles wat maar enigszins soulgerelateerd is over aan mijn meer gespecialiseerde blogbroeders Gijs en Kris, maar voor Alabama Shakes moet ik toch echt een uitzondering maken. Pas een week geleden ontdekt maar hun vier nummers tellende ep zonder titel die vorig jaar in september verscheen, staat al die tijd al op repeat. Voornamelijk omdat dat op dit moment het hele oeuvre van de jonge band uit Athens Georgia is, maar vooral ook omdat ieder nummer maar naar meer blijft smaken.[1] De diepe, rauwe stem van zangeres/gitariste Brittany Howard is er een die je gelijk in haar ban heeft en ook haar begeleidingsband mag er wezen. Op de juiste momenten subtiel en soulvol, maar met een gretigheid en een drive die je haast doen denken dat ze hiervoor de huisband van de plaatselijke motorclub waren.

Übercool in eenvoud

Gelijk verder met het nummer dan maar, achtergrondinformatie kun je wel vinden bij Kicking The Habit, die de band vorige week al tipte. ‘Hold On’ begint met een gortdroge beat, die desondanks toch al laat doorschemeren dat er zo een onweerstaanbare groove aan gaat komen. Een ongrijpbare kunst die goed is afgekeken van stijlgenoten als The Black Keys. Vijf seconden later is het zover, als de gitaren hun entree maken. Een in al zijn eenvoud übercoole riff, wat stoïcijnse akkoordjes eronder en een baslijn die als een onrustige hartslag fungeert. Een perfecte basis gelegd in minder dan dertig seconden en dan moet het mooiste nog komen: zangeres Brittany Howard.

Die eist dan ook gelijk alle aandacht op zodra ze ten tonele verschijnt. Is het niet door haar stemgeluid, dan wel door de tekst die ze zingt:

Bless my heart, bless my soul,
Didn’t think I’d make it, to 22 years old

Duidelijk, dit wordt geen stralend soulnummertje vol optimisme en zonneschijn. Behalve de tekst is dat ook aan ieder woord te horen. Sterker nog, aan bijna iedere letter. Zoals de beide keren dat Howards het woordje “bless” zingt.  Alsof ze de moed uit haar tenen moet halen en de rest van haar lichaam het probeert tegen te houden, zo worden de woorden bijna uitgespuugd en losgetrokken uit een diep, zwart gat. Pijn, die er tegen wil en dank uit moet. En van die kraak in haar stem bij “22 years old” krijg je ook overal kippenvel. Hoe diep dat gevoel zit blijkt wel uit de volgende twee regels, als Howard zich vanuit de persoon van Onze Lieve Heer moed inzingt:

There must be someone, up above,
Saying “Come on Brittany, you gotta come on up”

“Come on, Brittany!”

Die boodschap rolt verder in het eerste refrein, waarin een uitgerekt “You gotta hooooold on” vergezeld gaat van een minimale verschuiving in de muzikale begeleiding. Bas en slaggitaar blijven eigenlijk bijna precies doen wat ze daarvoor deden, terwijl de tweede gitaar een venijnige countrylick speelt en zo de woorden van Howards nog wat meer op lijkt te jagen. Toch lijkt ze de bemoedigende woorden zelf nog niet helemaal te geloven. In het tweede couplet gaat dat langzaam de goede kant op, als er met ieder woord meer overtuiging in haar stem doorklinkt. Na het refrein dat er op volgt lijken de woorden hun doel te raken. “Yeah, you gotta wait!” zingt ze op 1:55, met een energie waar ze zelf bijna van lijkt te schrikken, waardoor die “wait” er na een explosief “gotta” er wat beduusd uitkomt.

Ondertussen speelt de band steeds uitbundiger zonder dat het direct opvalt, maar wel zo dat je je tegen het einde van het nummer afvraagt waar die energieke omslag ineens vandaan is gekomen. Er staat plotseling een fuzzy gitaar in je oor te zoemen en een piano zorgt voor wat fraaie puntjes die het licht aan het einde van de tunnel nog eens wat helderder maken. Na die knetterende uitbarsting volgt niet het verwachte plotselinge eind, maar wordt er nog even een halve minuut de tijd genomen om het nummer weer even subtiel en klein te laten eindigen als het begon. Om je als luisteraar happend naar adem af te laten vragen wat je net is overkomen.

  1. [1] Het debuutalbum Boys And Girls verschijnt op 9 april

Tags: , , , , ,

nummer van 23/01/2012 door Kris Coorde

‘Ooh poo pah doo’ van Etta James

Rage in peace

“Kris, het is zo ver,” vertelde Gijs me toen hij me vrijdag belde. “Etta James is overleden. Lukt het je om vanavond nog wat te schrijven?” Nee, dat zou helaas niet meer lukken. Dan maar iets voor maandag op papier zetten. Eigenlijk had het wel mogelijk moeten zijn, want een stuk over Etta James stond al in mijn planning toen Gijs over Live at the Harlem Square Club van Sam Cooke schreef. “Het allerbeste livealbum ooit”, zo beweerde hij. Daar was ik het wel mee eens, maar Etta James Rocks The House, een plaat die de geblondeerde zangeres in 1963 opnam in Nashville, kan wat mij betreft gerust naast het album van Cooke worden gelegd. “Laten we er nog even mee wachten,” zo luidde het compromis. “Waarschijnlijk leeft James toch niet heel lang niet meer”. Gelijk hadden we, maar voorbereid op deze verwachte dood was ik desondanks niet.

Rage to survive

De reden waarom ik Rocks the house zo’n fantastische liveplaat vind, is omdat we Etta James te horen krijgen zoals ze is. Natuurlijk is ze ook een uitzonderlijke zangeres die moeiteloos schakelt tussen blues, soul, R&B en jazz, maar op de klassieke liveopname horen we het karakter van James: ruw, recht door zee, genadeloos. Die persoonlijkheid leer je goed kennen in Rage to survive, de uitermate openhartige biografie van Etta James. Op jonge leeftijd werd Jamesetta Hawkins ontdekt door de deze week eveneens overleden Johnny Otis. Al snel leefde ze haar leven aan 100 kilometer per uur. Ze toerde met alle grote namen, vaak mannen, vaak vele jaren ouder. Jackie Wilson bleek een badass vechtersbaas die altijd een pistool op zak had. Little Richard hield elke avond de grootste orgieën. Bo Diddley zorgde dat alles op band stond voor zijn persoonlijke collectie. Seks, drugs en rock ‘n’ roll. Eigenlijk was het geen leven voor een jong tienermeisje, maar Jamesetta wist niet beter. Rage to survive. Ze kon niet anders dan haar hart op het podium leggen en haar longen uit het lijf schreeuwen. Iets anders kon ze niet. Iets anders wilde ze niet.

Oooooooooooooooooooh yeaaaaaaaaaaaaaaaah

Een livealbum reduceren tot een nummer van de dag is lastig. Meer nog dan studioplaten is de registratie van een optreden (of twee optredens is dit geval) een geheel. Maar uiteindelijk ben ik voor mijn nummer van de dag uitgekomen bij ‘Ooh poo pah doo’, een cover van Jesse Hill. De call-and-respons-opening is James op het lijf geschreven. Ze begint nog rustig. Die “Yeeeaaaheeaaah” komt er nog heel beschaafd uit. Het publiek reageert even netjes, maar dat vindt de zangeres maar niks en ze spuugt er een ranzige “Yeeeeeaaahiiiyeeeaaaaah” uit. De response van de talrijk opgekomen toeschouwers blijft lafjes. “Oooooooooooooooh yeeeeeaaaaaah” schreeuwt Etta luid. De mensen in de zaal proberen nu wel, maar man man man, wat worden ze op hun plek gezet door James, die stoutmoedig de zaal in wijst om duidelijk te maken wie het hier voor het zeggen heeft. “Klik.” Mooie foto voor op de hoes! “Let me tell you ‘bout ooh poo pah doo” De volgende drie minuten blaast Etta James de toeschouwers weg. “Yeeeeeaaaaah one more time!” Rage to survive, want ze kan en wil niet anders. Rage in peace Jamesetta Hawkins.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 22/01/2012 door Karel Smouter

‘Borderline’ van Sufjan Stevens

Karel Smouter is hoofdredacteur van cv.koers, een journalistiek opinieblad over cultuur, politiek, geloof en samenleving. Vast onderdeel in cv.koers is het cultuurkatern, met beschouwende stukken over de levensbeschouwelijke kanten van film, kunst, muziek & literatuur. In de tijd die over is, schrijft hij met Remko den Boef aan zijn debuut over eendagsvliegen in de voetbalwereld. Meindert Talma maakt een album met liedjes bij de verhalen uit het boek. Boek en plaat moeten in mei 2012 het licht zien.

Net zestien was ik. Sweet sixteen. Door een verhuizing met mijn ouders was ik ineens van randje Gooi in hartje bible belt beland. Ede. De plaats die inwoner Hans Dorrestein ooit de volgende liedregels ontlokte: “Ik woon in Ede, boze droom. Het leven is er saai en sloom.”

In de jaren ervoor was ik gegrepen geraakt door de genres, die ik met mijn maten SPH was gaan noemen: ska, punk & hardcore. Het duurde dan ook niet lang of ik vond mijn weg naar de legendarische eerste Ede Zuigt!-avonden. Concerten waar local heroes Beans zich steevast in het voorprograma van hun muzikale helden lieten programmeren.

Domineeszoon

Maar hier was het ding: behalve puberale punker (die zich niet veel later tot de straight edge bekeerde) was ik domineeszoon. Ik wist niet beter of de oudste zonen in onze familie werden predikant. En nee, de lokale kerken spraken weinig tot de verbeelding in mijn puberale leventje, maar met de revolutie die een ongrijpbare dwarse rabbi uit Nazareth 2.000 jaar geleden in gang gezet had, had ik des te meer.

Spirit filled hardcore, ging het ons om. Snoeiharde hardcorepunk gedreven door de geest van Jezus Christus.

Peacedog Festival

Beide werelden kwamen samen toen ik met wat maten het Peacedog Festival op touw zette, begin 2000. De flyers van vrijwel al onze festivals en concerten zijn nog altijd te zien op www.peacedog.nl. Knotsgekke jaren waren het, waarin we bands van over de hele wereld naar de repetitieruimte van de lokale Harmonievereniging wisten te lokken. Bezoekers kampeerden bij een boer uit Bennekom en − geloof het of niet − er ontstond een ware scene van een paar honderd kids die elkaar troffen op concerten en een internetforum (zo 2001). Jongeren van christelijken huize, zeker, maar ook buitenstaanders uit de hele regio haakten aan.

Mijn kapitale programmeursfout

Vrees niet, ik kom straks zeker bij mijn Nummer van de dag uit. Maar eerst nog even een ontboezeming: dat ik uiteindelijk journalist werd en geen festivalprogrammeur gebleven ben, dat is voor alle partijen eigenlijk maar het beste.

Zoals ik ooit al eens bekende in muziekblad OOR, beging ik de kapitale fout door Sufjan Stevens naar Ede te halen, zonder hem te laten spelen. De toen nog geheel onbekende Stevens had net een themaplaat uit met liedjes over de Chinese dierenriem. Ik haalde het binnen via Napster: experimentele stuff, op het randje van avant-garde.

Stevens was mee als roadie met Unwed Sailor en Souljunk, twee andere bands die in 2001 ons festivalletje te Ede aandeden. De boeker belde een week voor het festival op. Of we niet een plaatsje voor een onbekende roadie vrij hadden. Hij vroeg maar 125 gulden. “Ik beloof je: die Stevens wordt een hele grote”, zei zijn boeker nog.

Lang verhaal kort: de line-up was overvol, het budget al ruim overschreden… We zegden Sufjan Stevens af.

In de jaren die volgden, groeide Stevens uit tot − aldus onder meer Paste Magazine − dé artiest van het afgelopen decennium. Een klein groepje liefhebbers zag hem eerst nog een intiem concert in de bovenzaal van Paradiso weggeven, maar toen hij rond het verschijnen van zijn doorbraakplaat Come On Feel The Illinoise een uitzinnige show in een uitverkochte grote zaal verzorgde, liep de hele Nederlandse popscene weg met die kleine, stille jongeman uit Brooklyn.

Borderline

Maar goed, ‘Borderline’ dus. Het nummer staat op geen enkele plaat van Stevens, maar het keert als toegift in de wat intiemere shows nog wel eens terug. Kenners koesteren het liedje als een ruwe parel in een verder inmiddels overbekend oeuvre.

Wat maakt het nummer zo goed? Liedjesdokters zullen de perfecte balans roemen tussen couplet, bridge en refrein. Het ongekend subtiele samenspel van Stevens’ hoge stemgeluid en het warme gitaartje eronder. De zinderende spanning die onder het verder vrij luchtig gezongen liedje verstopt zit. Mijn theorie over dit nummer is een stuk eenvoudiger. Het is een liedje om verliefd bij te zijn of van te worden. En is dat niet wat alle goede liedjes kenmerkt?

Toen ik ‘Borderline’ leerde kennen, had ik de crush van mijn leven. Er waren – serieus – avonden dat we niks anders deden dan op een matrasje naar elkaar staren, terwijl dit liedje op repeat stond. Cheesy, zeker, maar herinneringen om niettemin nooit te vergeten.

“It feels like I’m going to lose my mind”, bezweert Stevens op het eind. En dat is inderdaad precies wat het liedje − net als verliefdheid − met je doet. Je verliest jezelf en je gaat epische dingen ondernemen, zoals verloven en later zelfs trouwen.

De tweede programmeerfout

Toen we daadwerkelijk gingen trouwen, was het dan ook duidelijk dat we met ‘Borderline’ onze entree zouden maken in het gemeentehuis. Maar daar ging het voor de tweede keer fout met het programmeren van Sufjan Stevens. De ceremoniemeester kon het obscure nummer nergens vinden en koos voor een andere track. Maar door dit liedje uit de obscuriteit te tillen maak ik mijn kapitale programmeursfouten misschien nog een beetje goed. En, warempel: het is vandaag op de kop af 4 á 5 jaar geleden dat ik met de liefde van mijn leven trouwde. En wat zingt Stevens?

Four or five years ago
I wouldn’t believe it
I wouldn’t receive it.
(…)
Oh, there is a house
A wonderful lover
A satisfied hole

Een liedje om verliefd van te worden. En om vervolgens zoiets dwaas als een huwelijk mee te beginnen. Niet heel erg ska, punk of hardcore, ik weet het. Maar waarom die kunstmatige grens tussen jezelf en je gevoelens in stand houden, lijkt Stevens in het nummer te zeggen? “Don’t put up your borderline”. De liefde zal je belonen.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 21/01/2012 door Gabriela van der Lans

‘Let’s stay together’ door Barack Obama

Op naar 6 november 2012

Obama´s presidentiële campagne is eergisteren begonnen. Op 19 januari stond hij voor een fundraising in het New Yorkse Apollo Theater voor een groot publiek dat, als hij het goed doet, zijn campagne zal helpen financieren. Als hij het goed doet. En of Obama het goed doet.

Dat Obama een dosis charisma heeft waar zijn concurrenten (en eigenlijk mannen in het algemeen) alleen van kunnen dromen is geen nieuws. Maar wat de Amerikaanse president twee dagen geleden in het Harlemse theater deed was zo zwoel dat het bijna onacceptabel is. Obama wees de zaal erop dat er een zekere bekende in de zaal zat. Gejuich. Al Green. Reverend Al Green (‘Rev’ voor intimi). De schrijver van één van de bekendste soulliedjes ooit geschreven. En Obama deed het. I-I-I, am so in love with you… Hij deed het! Hoeveel charme kun je hebben! Romney heeft gehuild vannacht.

Zat Michelle ook in de zaal? Was alles tot in de puntjes gepland? Obama’s “They didn’t think I would do it!“ hoeven we niet per se te geloven. Per slot van rekening; wat voor Tina Turner werkte, kan voor Obama net zo gunstig uitpakken. Turner schakelde voor haar comeback eind ’83 de hulp in van productieduo Heaven17/B.E.F. om een eigen versie te maken van Al Green’s ‘Let’s stay together’. Groot succes. Turner had sinds ‘River deep, mountain high’ (nog met ex-man Ike Turner) niet meer zo hoog in de hitlijsten gestaan. In de Engelse charts behaalde Tina’s cover zelfs een hogere positie dan Al Greens originele single. Tina Turner kon met haar ‘Let’s stay together’ met een gerust hart de jaren ’80 popmuziek in.

Nu verkondigt Obama met zijn ‘Let’s stay together’ zijn liefde aan zijn Amerikaanse kompatriotten en vraagt hij ze nog even bij hem te blijven. Dat heeft hij voor de komende verkiezingen ook nodig. Zoals Al Green het al zei:

Why somebody, why people break up
Oh, and turn around and make up
I just can’t see
You’d never do that to me
(Would you baby)

Wie zit er straks bij Romney in het publiek?

Tags: , , , , ,

-->